PIËTA
180 x 90cm, 2021
Maria weent over het verlies van haar zoon de profeet Jezus Christus.
Nu betreuren wij de dood van het Jezus-Christendom.
—
Beschouwing door Hein Walter
Godfried Zöllner schildert mensgrote werken, vaak 180 cm hoog, schilderijen die gaan over de grote menselijke thema’s, zoals verdriet, compassie, jaloezie, liefde, agressie, noem maar op. Thema’s die heel vroeger, zeg in de middeleeuwen, Renaissance en barok, gemeengoed waren. Kunstenaars kenden de verhalen uit de Bijbel en uit de mythologie en ook het volk kende ze. De mensen wisten ook wat de attributen waren van de heiligen en wat symbolen betekenden. Had een man op het schilderij een sleutel in zijn hand, dan was het Petrus, was op een schilderij van een echtpaar een hondje te zien, dan had het beestje de functie om hun trouw te symboliseren. Dat wist iedereen. Die kennis is wat verloren geraakt.
Ook de lijdensweg van Christus kenden de mensen. Ze kenden de verschillende momenten uit de Kruisweg, de gang van Jezus met het kruis op zijn rug naar Golgotha, (de Schedelplaats) waar hij gekruisigd zou worden. De schilderijen van die laatste uren waren (en zijn) in veel kerken te zien. Staties worden ze genoemd. Het gaat om veertien vaste taferelen in die lijdensweg die begon met de veroordeling door Pilatus en eindigt met de kruisafneming en het leggen van het dode lichaam in het graf.
De piëta die Godfried heeft geschilderd, hoort strikt genomen niet tot de Kruisweg, maar heeft er wel mee te maken. De piëta is de benaming voor de voorstelling van Maria die de gestorven Christus, haar zoon, op haar schoot heeft. Met dat immense verdriet, van een hemelse moeder die haar goddelijke zoon heeft verloren, konden de gewone mensen zich vereenzelvigen. Ze konden er hun eigen verdriet misschien wat mee verzachten. Iedereen had wel iemand om wie gerouwd werd.
De beroemdste piëta is die van Michelangelo. Die grote beeldenpartij staat in de Sint Pieter in Rome. En in Spanje zijn er veel te vinden. In die traditie heeft Godfried nu zijn piëta gemaakt. Zijn moeder en zoon zijn vlezig en het verschil tussen dood en leven is niet te missen. De levende Maria is lieflijk en heeft een gladde huid en de gestorven zoon is uitgemergeld en bebloed. Jezus heeft zijn rechterhand nog wel in de positie van de Salvator Mundi (Redder van de wereld), alsof hij ons blijft zegenen ook al is hij een wrede dood gestorven.
De Piëta past goed in elke tijd. Ook in de onze. Altijd en overal gaan er jonge mensen dood en verliezen moeders hun kinderen. Of het door oorlog is, door een ongeluk of door ziekte, dat grote leed wordt door veel mensen gedragen. Tegelijkertijd zijn er in onze tijd veel mensen die dergelijk leed niet hoeven te ervaren. Ben je gezegend met een gelukkig leven zonder groot verdriet, dan kun je waarschijnlijk met droge ogen kijken naar de smeuïge verf. Heb je je zoon of dochter verloren, dan gaat het beeld door merg en been.
Hein Walter
